ECLI:NL:RBMNE:2020:4420
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op terugvordering bekostiging wegens niet-samenvoeging basisscholen
Stichting Openbaar Onderwijs Rijn- en Heuvelland ontving bekostiging voor de vermeende samenvoeging van basisschool Van Everdingen met basisschool Van Dijck per 1 augustus 2014. Verweerder stelde later vast dat geen enkele leerling van Van Everdingen naar Van Dijck was overgegaan, waardoor geen sprake was van samenvoeging. Daarom werd de bekostiging voor de schooljaren 2016-2017 en 2017-2018 lager vastgesteld en een bedrag teruggevorderd.
De stichting stelde zich op het standpunt dat zij niet had kunnen weten dat de bekostiging onterecht was en dat verweerder niet tijdig had ingegrepen. De rechtbank volgde echter de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), die oordeelde dat samenvoeging inhoudt dat de activiteit waarvoor bekostiging wordt verstrekt, namelijk het verzorgen van onderwijs, daadwerkelijk moet overgaan naar de fusieschool.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de bekostiging te herzien en terug te vorderen, omdat het voor eiseres duidelijk had moeten zijn dat zonder leerlingovergang geen samenvoeging bestond. Ook het argument dat in eerdere jaren onterecht bekostiging was verstrekt zonder terugvordering, deed hier niet aan af. De terugvordering werd beperkt tot de jaren 2016-2017 en 2017-2018, waarbij rekening was gehouden met belangen van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van bekostiging wegens niet-samenvoeging van basisscholen wordt ongegrond verklaard.