Uitspraak
Datum uitspraak: 4 december 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
De stichting Westerwijs had een samenvoeging van basisschool De Coepel met De Dorpel gemeld en bekostiging ontvangen. De minister stelde echter vast dat op de fusiedatum geen enkele leerling van De Coepel naar De Dorpel was overgegaan en vorderde €649.927,25 terug.
De rechtbank oordeelde dat samenvoeging inhoudt dat een substantieel deel van de leerlingen overgaat, en dat zonder leerlingen geen sprake is van een volwaardige basisschool. De stichting betwistte dit en stelde dat het aantal leerlingen geen vereiste is voor samenvoeging volgens de Wpo en Regeling 2015.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat samenvoeging betekent dat de activiteit van onderwijs verzorgen overgaat naar de fusieschool. Omdat De Coepel feitelijk was opgeheven zonder leerlingenovergang, was de bekostiging onterecht toegekend en mocht de minister terugvorderen.
De Afdeling vond dat de stichting had moeten weten dat de subsidievaststelling onjuist was en dat de minister in redelijkheid tot terugvordering kon besluiten. De hogere bekostiging is bedoeld om extra kosten bij fusies te dekken, maar die waren hier niet aan de orde.
Uitkomst: De terugvordering van €649.927,25 aan bekostiging wegens samenvoeging is terecht en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.