ECLI:NL:RBMNE:2020:4456
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter ongegrond verklaard wegens ontbreken vooringenomenheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die haar civiele procedure behandelde, naar aanleiding van een tussenvonnis waarin een passage stond die volgens haar een definitief oordeel impliceerde over een nog te beoordelen geschilpunt.
De rechter had in een tussenvonnis van 5 augustus 2020 overwogen dat verzoekster, gelet op een vaste prijsafspraak, had verzuimd een rechtmatig belang aan te tonen voor het vorderen van bepaalde stukken. Verzoekster vreesde dat de rechter hierdoor vooringenomen was en vooruitliep op de einduitspraak.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechter in haar overweging slechts het belang van verzoekster bij de gevorderde stukken beoordeelde aan de hand van de opdrachtbevestiging, zonder een definitief oordeel over de geldigheid van de overeenkomst te geven. Er was geen sprake van vooringenomenheid of schending van onpartijdigheid.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek daarom ongegrond en bepaalde dat de civiele procedure voortgezet wordt in de stand waarin deze zich bevond bij de schorsing. Tevens wees zij een verzoek van de wederpartij af om een eventueel volgend wrakingsverzoek niet in behandeling te nemen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.