ECLI:NL:RBMNE:2020:4517
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen last onder dwangsom en weigering omgevingsvergunning voor detailhandel en commerciële dienstverlening
Eiser is eigenaar van een pand op een bedrijventerrein en gebruikte dit pand voor detailhandel en commerciële dienstverlening zonder vergunning. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, legde een last onder dwangsom op en weigerde een omgevingsvergunning voor het gebruik.
Eiser maakte bezwaar en stelde onder meer dat het besluit in strijd was met de Dienstenrichtlijn en het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geweigerd de vergunning te verlenen omdat commerciële dienstverlening niet past binnen het bestemmingsplan voor het bedrijventerrein en het belang van het behoud van het karakter van het bedrijventerrein zwaarder weegt dan het financiële belang van eiser.
De rechtbank stelde dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom geen gebruik is gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid en dat het beroep op de Dienstenrichtlijn en het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. Het beroep tegen de last onder dwangsom werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen de last onder dwangsom en de weigering van de omgevingsvergunning af en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.