ECLI:NL:RVS:2020:520
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning wegens strijd met bestemmingsplan en Dienstenrichtlijn
Het college van burgemeester en wethouders van Diemen weigerde een omgevingsvergunning voor het gebruik van panden op een bedrijventerrein voor reguliere detailhandel, aanvullende horeca en een speelparadijs, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van het college.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het bestemmingsplan artikel 4 een Pro eis bevat die onder de Dienstenrichtlijn valt. De toetsing van het bestemmingsplan aan de richtlijn vindt plaats via een exceptieve toets, waarbij alleen bij evidente strijd met de richtlijn een planregel buiten toepassing wordt gelaten.
De Afdeling oordeelde dat het college voldoende heeft onderbouwd dat de beperkingen in het bestemmingsplan noodzakelijk en evenredig zijn ter bescherming van het bedrijventerrein, de fijnmazige detailhandelsstructuur en de bereikbaarheid. De rechtbank had ten tijde van haar uitspraak onvoldoende onderbouwing, maar het college heeft deze later aangevuld.
Daarom is niet voldaan aan het criterium van evidente strijd met de Dienstenrichtlijn. Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.