ECLI:NL:RBMNE:2020:4595
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op alleenstaande ouderkop bij gehuwd partnerschap in kindgebonden budget 2019
Eiser ontving in 2019 een voorschot kindgebonden budget inclusief de alleenstaande ouderkop (ALO-kop). Verweerder herzag dit en stelde het budget vast zonder de ALO-kop, omdat eiser sinds 2013 gehuwd is en daardoor een toeslagpartner heeft. Eiser voerde aan dat het huwelijk niet leidend zou moeten zijn en dat hij recht had op een hardheidstegemoetkoming op grond van de Wet hardheidsaanpassing Awir.
De rechtbank oordeelde dat de Wet hardheidsaanpassing Awir niet van toepassing is omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van onbillijkheden van overwegende aard. Ook het argument dat het partnerschap niet bestond in de eerste helft van 2019 werd verworpen, omdat het huwelijk leidend is voor het partnerbegrip en eiser en zijn echtgenote sinds 2013 gehuwd zijn.
Verder stelde eiser dat de terugvordering in strijd is met het discriminatiebeginsel. De rechtbank stelde vast dat de situatie van eiser weliswaar enigszins vergelijkbaar is met die van een alleenstaande ouder, maar dat er geen ongerechtvaardigd onderscheid wordt gemaakt. De minister heeft deze problematiek erkend en gemeenten kunnen aanvullende inkomensondersteuning bieden via bijzondere bijstand.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het recht op kindgebonden budget terecht heeft herzien door de ALO-kop achterwege te laten en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op de alleenstaande ouderkop wordt geweigerd vanwege het gehuwd partnerschap.