ECLI:NL:RVS:2023:2788
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- C.H. Bangma
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kindgebonden budget zonder ALO-kop voor getrouwde appellant
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kindgebonden budget van appellant voor 2019 herzien van €4.882 naar €1.743, omdat zijn echtgenote sinds 2013 als toeslagpartner wordt aangemerkt, waardoor appellant niet in aanmerking komt voor de aanvullende tegemoetkoming voor alleenstaande ouders (ALO-kop).
Appellant voerde aan dat zijn situatie gelijk was aan die van een alleenstaande ouder omdat zijn echtgenote in de eerste helft van 2019 in Sudan verbleef en niet kon bijdragen aan de kosten van opvoeding, en stelde dat het niet toekennen van de ALO-kop discriminerend en onbillijk was. De rechtbank oordeelde echter dat de wetgever dergelijke situaties heeft onderkend en dat compensatie mogelijk is via de bijstand.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het beroep van appellant af. Er is geen strijd met het non-discriminatiebeginsel en appellant voldoet niet aan de voorwaarden voor een hardheidstegemoetkoming op grond van artikel 49 van Pro de Awir. Tevens is opgemerkt dat appellant een persoonlijke betalingsregeling kan aanvragen bij invordering van het teveel ontvangen bedrag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot kindgebonden budget zonder ALO-kop bevestigd.