ECLI:NL:RBMNE:2020:4682

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 oktober 2020
Publicatiedatum
29 oktober 2020
Zaaknummer
UTR 19/5322
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 1 BpbArt. 2 Bpb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens tegemoetkoming

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Nadat de minister aan het beroep tegemoet was gekomen, heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een vergoeding van zijn proceskosten gevraagd.

De rechtbank overweegt dat alleen kosten van tijdverzuim voor het persoonlijk bijwonen van een zitting en de reis daartoe onder verletkosten vallen. Kosten voor het lezen en opstellen van stukken komen niet voor vergoeding in aanmerking. Verzoeker had een uurtarief van € 55,- opgegeven, maar dit was niet onderbouwd. Daarom stelt de rechtbank het forfaitaire laagste tarief van € 7,- per uur vast.

Er is één zitting van een uur geweest, die via Skype plaatsvond, zodat geen reistijdvergoeding wordt toegekend. Verzoeker krijgt daarom € 7,- aan verletkosten en daarnaast wordt het griffierecht van € 174,- vergoed. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 7,- aan verletkosten en € 174,- griffierecht aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/5322

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

en

de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder(gemachtigde: mr. S. Heersink).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 5 oktober 2020 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 13 november 2019 een besluit genomen. Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. Op 22 september 2020 heeft verzoeker de rechtbank bericht dat verweerder aan zijn beroep is tegemoet gekomen en dat hij daarom het beroep intrekt. Daarbij heeft hij een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verzoeker heeft verzocht om vergoeding van zijn verletkosten à € 742,50, waarvan € 55,- voor het bijwonen van de zitting (tijdsduur 1 uur) en de overige € 687,50 vanwege het indienen van (een toelichting op) het bezwaar en beroep. Verweerder heeft verzocht om afwijzing van het verzoek, omdat het niet is onderbouwd en het merendeel van de posten niet voor vergoeding in aanmerking komen.
4. De rechtbank overweegt daarover dat onder verletkosten in de zin van artikel 1, aanhef en onder e, van het Bpb worden verstaan de kosten van tijdverzuim voor bijvoorbeeld het persoonlijk bijwonen van een zitting en de heen- en terugreis. Het gaat daarbij dus
nietom kosten van tijdverzuim voor het lezen en opstellen van stukken. Voor de tijd die verzoeker daaraan heeft besteed, wordt daarom geen vergoeding toegekend.
5. Het tarief voor de verletkosten wordt vermeld in artikel 2, eerste lid, onder e, van het Bpb, en is forfaitair vastgesteld tussen de € 7,- en € 86,- per uur, afhankelijk van de omstandigheden. Verzoeker heeft verzocht de verletkosten te vergoeden tegen het tarief dat hij als zelfstandige hanteert, te weten € 55,- per uur. De rechtbank stelt vast dat verzoeker dit uurtarief niet heeft onderbouwd. Verzoeker is weliswaar niet verplicht zijn kosten te specificeren, maar bij het ontbreken van een specificatie dient de rechter volgens vaste jurisprudentie [1] de vergoeding op het laagste tarief vast te stellen, te weten € 7,- per uur.
6. Op 16 juni 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. Deze zitting heeft een uur geduurd. Verzoeker komt daarom in aanmerking voor vergoeding van zijn verletkosten ter hoogte van 1 uur x € 7,-. Van reistijd is geen sprake, omdat de zitting via een Skype-verbinding heeft plaatsgevonden.
7. Verweerder moet ook het griffierecht van € 174,- aan verzoeker betalen.

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 7,- aan proceskosten;
- bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 174,- moet vergoeden.
Verweerder moet deze bedragen betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.L. Bressers, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2020.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 januari 2007, ECLI:NL:RVS:2007:AZ5488 en 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV9511.