ECLI:NL:RVS:2007:AZ5488
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- H.G. Lubberdink
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling korpsbeheerder tot vergoeding proceskosten in hoger beroep Wob-verzoek
Appellant verzocht de korpschef van de politieregio Midden en West Brabant om gegevens over het Vennenplein en meldingen van bekladdingen aan het Handekenskruid. De korpschef meldde dat deze gegevens niet bekend waren. Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en beval een beslissing binnen zes weken. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de korpschef bevoegd was het besluit namens de korpsbeheerder te nemen, maar dat de korpsbeheerder het bezwaar moest behandelen. De rechtbank had ten onrechte de korpschef opgedragen op het bezwaar te beslissen. Verder werd geoordeeld dat appellant recht had op vergoeding van verletkosten en kosten van beroepsmatige rechtsbijstand, die de rechtbank ten onrechte had afgewezen.
De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak waarin de rechtbank weigerde deze kosten toe te kennen en veroordeelde de korpsbeheerder tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellant. De rest van de uitspraak werd bevestigd. De behandeling van het beroep tegen het besluit op bezwaar werd aan de rechtbank gelaten vanwege het gevorderde stadium van de procedure.
Uitkomst: De korpsbeheerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.