ECLI:NL:RBMNE:2020:4789
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Eiser ontving sinds 2007 een WIA-uitkering op grond van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) is zijn uitkering beëindigd per 30 september 2019, omdat hij volgens de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Eiser betwist deze beoordeling en voert aan dat zijn beperkingen, mede door een antisociale persoonlijkheidsstoornis en verslavingen, zijn onderschat. Hij overlegt medische stukken en verzoekt om benoeming van een deskundige. Verweerder handhaaft het besluit op basis van rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige.
De rechtbank oordeelt dat de medische rapporten zorgvuldig zijn opgesteld, begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden. De verzekeringsarts heeft de problematiek van eiser goed in beeld en heeft passende beperkingen vastgesteld op de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze beoordeling te twijfelen en wijst het verzoek om een deskundige af.
Op grond van de medische en arbeidskundige rapporten concludeert de rechtbank dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de beëindiging van de WIA-uitkering terecht is. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.