Eiseres, met meerdere medische klachten waaronder het syndroom van Turner en een verstandelijke beperking, vroeg een Wajong-uitkering aan. Het UWV wees de uitkering af omdat zij meent dat eiseres in de toekomst arbeidsvermogen kan ontwikkelen. De rechtbank oordeelt dat het UWV het oordeel over de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen niet deugdelijk heeft gemotiveerd en onvoldoende rekening heeft gehouden met de recente ernstige verslechtering van de gezondheidstoestand van eiseres.
De rechtbank stelt dat het UWV zich onzorgvuldig heeft opgesteld door geen actuele informatie bij begeleiders in te winnen en het oordeel te baseren op verouderde gegevens. Ook ontbreekt een concrete onderbouwing van de groeimogelijkheden die het UWV ziet. Hierdoor is het besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb.
De rechtbank geeft het UWV zes weken de tijd om de gebreken te herstellen met een nieuwe, deugdelijke motivering die rekening houdt met alle relevante feiten en omstandigheden. De uitspraak is een tussenuitspraak, waarbij verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak.