ECLI:NL:RBMNE:2020:4849
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning te Utrecht, die door verweerder op €363.000,- was gesteld voor het belastingjaar 2019. Na een uitspraak op bezwaar die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank beoordeelde de onderbouwing van de WOZ-waarde, waarbij verweerder een taxatiematrix en een taxatierapport overlegde. Verweerder maakte aannemelijk dat de waarde was vastgesteld met de vergelijkingsmethode, rekening houdend met relevante kenmerken zoals gebruiksoppervlakte en perceelgrootte. Eiseres stelde een lagere waarde voor, maar kon haar stellingen onvoldoende feitelijk onderbouwen.
Daarnaast voerde eiseres aan dat het afnemend grensnut niet was toegepast en dat de ligging nabij een drukke weg onvoldoende was meegewogen. De rechtbank oordeelde dat verweerder dit voldoende had toegelicht en dat de ligging van de woning en referentiewoningen vergelijkbaar was.
Gelet op de onderbouwing en de vaste rechtspraak dat verweerder de WOZ-waarde in elke fase mag onderbouwen, concludeerde de rechtbank dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €363.000,- wordt ongegrond verklaard.