ECLI:NL:RBMNE:2020:4850
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning op basis van vergelijkingsmethode en taxatiematrix
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te een plaats, vastgesteld op €1.093.000,- voor het belastingjaar 2019. Verweerder heeft deze waarde bepaald met behulp van een taxatiematrix waarin de woning is vergeleken met drie referentiewoningen. Eiser heeft bezwaar gemaakt en beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar.
De rechtbank overweegt dat de waarde in het economisch verkeer wordt bepaald volgens de vergelijkingsmethode, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is, mede door het gebruik van een taxatiematrix en een taxatierapport. Eiser heeft aangevoerd dat de m3-prijs te hoog is, dat het afnemend grensnut onvoldoende is toegepast en dat onvoldoende rekening is gehouden met gedateerde voorzieningen. Deze bezwaren worden door de rechtbank verworpen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder in iedere fase van de procedure de WOZ-waarde mag onderbouwen en dat de taxatiematrix en het taxatierapport als hulpmiddel dienen om de eindwaarde inzichtelijk te maken. De rechtbank concludeert dat de waarde van €1.093.000,- voldoende is onderbouwd en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.093.000,- wordt ongegrond verklaard.