ECLI:NL:RBMNE:2020:491
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in bestuursrechtelijke procedure
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. R.J.A. Schaaf in een bestuursrechtelijke procedure onder zaaknummer UTR 19/5166. Het verzoek werd schriftelijk ingediend op 5 februari 2020, na de einduitspraak van de rechter op 3 februari 2020.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is omdat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat een einduitspraak is gedaan. Het doel van wraking is het voorkomen dat een vooringenomen rechter de zaak verder behandelt, maar na een einduitspraak is de behandeling van de zaak beëindigd.
Gezien de niet-ontvankelijkheid werd afgezien van een mondelinge behandeling. De wrakingskamer verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk en droeg de griffier op de beslissing te verzenden aan alle betrokkenen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek omdat dit na de einduitspraak is ingediend.