ECLI:NL:RBMNE:2020:4932
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser werkte sinds januari 2017 als productiemedewerker en meldde zich in juni 2017 ziek vanwege diverse lichamelijke en psychische klachten. Na een periode van 104 weken vond een medische en arbeidskundige beoordeling plaats. Het UWV besloot dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde daarom de WIA-uitkering per 5 juni 2019. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zich terecht baseerde op zorgvuldige medische en arbeidskundige rapportages, waarin rekening was gehouden met de klachten van eiser, waaronder somatoforme stoornissen en psychische beperkingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat er geen ernstige psychopathologie of cognitieve schade was die verdergaande beperkingen rechtvaardigde.
De arbeidskundige beoordeling bevestigde dat eiser de geduide functies medisch gezien kon verrichten. De rechtbank vond geen aanleiding om de medische of arbeidskundige beoordeling onjuist te achten en verwierp het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard.