ECLI:NL:CRVB:2022:2703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds een auto-ongeval in 2010 lichamelijke en psychische klachten heeft, heeft meerdere keren een Ziektewetuitkering ontvangen en een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom de WIA-uitkering geweigerd. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en de Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel in hoger beroep onderschreven.
De medische en arbeidskundige onderzoeken tonen aan dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies en meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen. De verzekeringsarts heeft beperkingen vastgesteld, maar deze zijn niet zodanig dat zij tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid leiden. Appellant heeft geen nieuwe medische gegevens overgelegd die het oordeel kunnen veranderen.
De Raad concludeert dat het UWV terecht heeft geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen en bevestigt de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.