Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
thans uit andere hoofde gedetineerd in PI Arnhem.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
beslotenom naast het voertuig van verdachte te gaan rijden, maar niet dat hun voertuig vervolgens ook op enig moment daadwerkelijk naast het voertuig van verdachte reed. Verbalisant [politieagent 2] heeft vervolgens bij de rechter-commissaris expliciet verklaard dat het politievoertuig
nietnaast het voertuig van verdachte is gekomen. Ook verbalisant [politieagent 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat ze op geen enkel moment helemaal voorbij het voertuig van verdachte zijn geweest.
inrijden op”het politievoertuig, zodat op dit punt vrijspraak dient te volgen.
aanmerkelijkekans op de dood van, dan wel het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de politieagenten. Verdachte zal om die reden worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde.
tochzijn voertuig in te sturen richting de rijstrook waar het politievoertuig reed, zonder snelheid te minderen, terwijl hij wist dat de politieagenten hem al kort waren genaderd, bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat deze vrees zou ontstaan. Uit het strafdossier en de verklaring van verdachte ter terechtzitting blijkt dat verdachte er alles aan gelegen was om de politieagenten niet voorbij te laten gaan.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 november 2020;
- het proces-verbaal bevindingen, pag. 8.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 23, 24, 24c, 62, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en
- 5, 160, 177, 179 en 179a van de Wegenverkeerswet 1994;