Eiser vroeg een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een dakkapel in het voordakvlak van zijn woning. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren weigerde de vergunning omdat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan, met name vanwege de breedte van de dakkapel ten opzichte van het dakvlak. De rechtbank oordeelde dat de gehanteerde meetmethode van het dakvlak door verweerder redelijk was en dat de dakkapel op geen enkel punt breder mocht zijn dan 50% van het dakvlak.
Eiser stelde dat het bouwplan niet in strijd was met het bestemmingsplan en dat verweerder onzorgvuldig had gemotiveerd waarom niet werd afgeweken van het bestemmingsplan. De rechtbank stelde vast dat verweerder beleidsruimte heeft bij het al dan niet afwijken van het bestemmingsplan en dat de motivering om een rustig straatbeeld te behouden voldoende was.
Daarnaast voerde eiser aan dat hij mocht vertrouwen op vergunningverlening na aanpassingen op advies van de welstandscommissie. De rechtbank oordeelde dat het enkel voorleggen aan de welstandscommissie geen toezegging voor vergunningverlening inhoudt en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel daarom niet slaagt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.