ECLI:NL:RBMNE:2020:5049
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gebiedsverbod wegens verstoring openbare orde en proportionaliteit
Op 23 december 2019 werd een bushokje vernield in Utrecht waarbij eiser werd aangehouden en vuurwerk bij hem en in zijn woning werd gevonden. De rechter-commissaris schortte de voorlopige hechtenis op 27 december 2019. De burgemeester legde daarop een gebiedsverbod op aan eiser vanwege vrees voor herhaling en verstoring van de openbare orde.
Eiser voerde in beroep aan dat het gebiedsverbod niet proportioneel noch subsidiair was en dat het niet in overeenstemming was met het schorsingsbevel van de rechter-commissaris. Tevens stelde eiser dat hij schade had geleden doordat hij zijn werk als pizzakoerier niet kon uitvoeren.
De rechtbank oordeelde dat voor het opleggen van het gebiedsverbod geen onherroepelijke veroordeling vereist is, maar dat aannemelijk moet zijn dat de gedragingen hebben plaatsgevonden. De bevindingen uit het proces-verbaal boden voldoende grondslag voor het gebiedsverbod. De rechtbank vond dat de burgemeester een eigen belangenafweging mocht maken, los van de strafrechtelijke toetsing van de rechter-commissaris.
Verder concludeerde de rechtbank dat het gebiedsverbod proportioneel en subsidiair was en dat het algemeen belang van de openbare orde zwaarder woog dan de belangen van eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het gebiedsverbod wordt ongegrond verklaard en het besluit wordt bekrachtigd.