ECLI:NL:RBMNE:2020:5091
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op tweede WW-uitkering bij gelijktijdig inkomen uit dienstverband
Eiser had een tweede recht op een WW-uitkering toegekend gekregen na het beëindigen van een dienstverband, maar dit recht werd ingetrokken omdat hij vanuit een ander dienstverband meer dan 87,5% van het WW-maandloon verdiende. Verweerder stelde dat het tweede recht daarom niet tot uitbetaling kon komen.
Eiser voerde aan dat de motivering van verweerder onvoldoende was en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat het eerste besluit de uitbetaling had toegekend. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht binnen twee weken de fout had hersteld en dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden.
Daarnaast stelde eiser dat het inkomen uit het andere dienstverband niet verrekend mocht worden omdat dit inkomen al bestond. De rechtbank stelde vast dat volgens de wettelijke bepalingen het tweede WW-recht direct eindigt indien het inkomen meer dan 87,5% van het WW-maandloon bedraagt, en dat dit recht geacht wordt nooit te hebben bestaan.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de regels correct had toegepast en dat het beroep ongegrond is verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het tweede recht op WW-uitkering wordt niet uitbetaald.