ECLI:NL:RBMNE:2020:512
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen crisismaatregel wegens onvoldoende horen betrokkene en vrijwilligheid
Betrokkene stelde beroep in tegen een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van Hilversum op 15 januari 2020. Zij voerde aan dat zij ten tijde van de maatregel al opgenomen was in een zorginstelling en niet adequaat was gehoord, terwijl zij bereid was vrijwillig mee te werken. De burgemeester had het horen uitbesteed aan een externe partij, maar het verslag daarvan was onvoldoende en gaf geen duidelijkheid over de pogingen om betrokkene te bereiken.
Tijdens de zitting werd bevestigd dat er wel pogingen waren gedaan om betrokkene te horen, maar zonder succes. De GGZ stelde dat betrokkene niet had geweigerd gehoord te worden. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester onvoldoende had voldaan aan zijn verplichting om betrokkene te horen en daardoor geen goede belangenafweging kon maken, met name omdat betrokkene bereid was vrijwillig zorg te accepteren.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de crisismaatregel. Het verzoek tot proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat betrokkene geen griffierecht verschuldigd was en haar advocaat was toegevoegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel wordt gegrond verklaard en de maatregel vernietigd wegens onvoldoende horen van betrokkene.