ECLI:NL:RBMNE:2020:5136
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraak wegens niet tijdige en onvoldoende onderbouwde nieuwe feiten
Verzoekster heeft bij de rechtbank Midden-Nederland een verzoek tot herziening ingediend van een eerdere uitspraak van 18 maart 2019. Zij stelde dat de eerdere uitspraak berustte op een onjuist uitgangspunt, namelijk dat een medewerker niet meer werkzaam zou zijn bij verweerder, en bracht daartoe geluidsfragmenten in als nieuw bewijs.
De rechtbank oordeelde dat het vermeende onjuiste uitgangspunt niet bestaat, aangezien uit de zittingsaantekeningen bleek dat verweerder deze verklaring niet had afgelegd. Daarnaast werden de nieuwe stukken, waaronder een tweede usb-stick met een ander geluidsfragment, te laat ingediend en zonder kennisgeving, wat in strijd is met de goede procesorde.
Zelfs bij inhoudelijke beoordeling van het nieuwe bewijs gaf dit geen aanleiding tot herziening, omdat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor het heropenen van discussies of het inbrengen van nieuwe argumenten, maar slechts voor het corrigeren van onjuistheden die voorafgaand aan de uitspraak bestonden.
Verzoekster had de mogelijkheid om haar beroep op het vertrouwensbeginsel tijdens de oorspronkelijke zitting te onderbouwen, onder meer door het meenemen van getuigen of het overleggen van verklaringen, maar heeft dit nagelaten. De rechtbank concludeerde dat de eerdere uitspraak niet berust op een onjuist uitgangspunt en wees het verzoek tot herziening af.
De uitspraak is gedaan door rechter E.E.M. van Abbe en griffier H.J.J.M. Kock op 19 november 2020, en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van een onjuist uitgangspunt en strijd met de goede procesorde.