ECLI:NL:RBMNE:2020:5268
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling maandbedrag aflossing studieschuld ongegrond verklaard
Eiser maakte bezwaar tegen het door de Minister van Onderwijs vastgestelde maandbedrag van €139,09 voor de aflossing van zijn studieschuld in 2020. Hij stelde dat zijn vaste lasten, waaronder een betalingsregeling met de Belastingdienst en autokosten, niet waren meegenomen in de draagkrachtmeting. Daarnaast voerde hij schending van het evenredigheids- en zorgvuldigheidsbeginsel aan vanwege overschrijding van beslistermijnen en betwistte hij de afwijzing van zijn kwijtscheldingsverzoek.
De rechtbank oordeelde dat de Minister het maandbedrag correct had vastgesteld volgens de Wet studiefinanciering 2000, waarbij het toetsingsinkomen als maatstaf geldt en geen ruimte bestaat om vaste lasten mee te wegen. De overschrijding van beslistermijnen werd erkend maar leidde niet tot onrechtmatigheid van het besluit. Het kwijtscheldingsverzoek viel buiten het bestreden besluit, waardoor het beroep daarop niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank wees het beroep verder af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 18 november 2020 door rechter O. Veldman, met griffier R.P. Stehouwer aanwezig.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor het kwijtscheldingsverzoek en voor het overige ongegrond verklaard.