Verzoeker diende een aanvraag in om als teler deel te nemen aan het Experiment gesloten coffeeshopketen voor zeven locaties. Verweerders wezen deze aanvraag af vanwege onvoldoende financieel plan en negatieve adviezen van burgemeesters. Hierdoor kon verzoeker niet deelnemen aan de loting op 3 december 2020, terwijl 39 aanvragers meededen voor maximaal tien plekken.
Verzoeker maakte bezwaar tegen de afwijzing en vroeg de voorzieningenrechter om de loting uit te stellen totdat op het bezwaar was beslist. Verweerders weigerden dit. De voorzieningenrechter oordeelde dat opschorting niet nodig was, maar dat verzoeker wel moest worden toegelaten tot de loting, omdat anders effectieve rechtsbescherming werd ontnomen en de lotingsuitkomst onomkeerbaar zou zijn.
De rechter bepaalde dat toelating tot de loting geen onomkeerbare gevolgen heeft: bij uitloting verandert niets, bij inloting volgt pas definitieve deelname na een positief bezwaarbesluit. Verweerders werden gelast de aanvraag toe te laten tot de loting en moesten het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.