ECLI:NL:RBMNE:2020:533
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering tijdens adoptieverlof niet onzorgvuldig
Eiseres, die zich ziek had gemeld vanwege spannings- en vermoeidheidsklachten, ontving vanaf januari 2018 een Ziektewetuitkering. Na een Eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWb) beëindigde het UWV haar uitkering per 22 februari 2019. Eiseres ontving vervolgens adoptieverlof met een WAZO-uitkering tot 7 maart 2019 en stelde dat haar ZW-uitkering onterecht tijdens dit verlof werd beëindigd.
De rechtbank onderzocht of de datum van beëindiging correct was vastgesteld en of het medisch en arbeidskundig onderzoek voldoende zorgvuldig was uitgevoerd. Hoewel er onduidelijkheid was over de datum in geding, oordeelde de rechtbank dat de beëindiging per 22 februari 2019 juist was, omdat de Ziektewet geen grond biedt om de datum te verschuiven vanwege adoptieverlof.
Eiseres voerde aan dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld, waaronder een urenbeperking vanwege burn-outklachten en verhoogde rustbehoefte. De rechtbank vond echter dat de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen dit adequaat hadden beoordeeld en gemotiveerd, en dat er geen objectieve medische informatie was die het oordeel van het UWV ondermijnde.
De arbeidskundige beoordeling van functies die eiseres zou kunnen verrichten werd eveneens als zorgvuldig en goed gemotiveerd beoordeeld. Gezien het feit dat eiseres meer dan 65% van haar maatmanloon kan verdienen, concludeerde de rechtbank dat de beëindiging van de ZW-uitkering terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 22 februari 2019.