ECLI:NL:RBMNE:2020:5604
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens drugshandel met belangen minderjarig kind
Verzoekster is geconfronteerd met een besluit van de burgemeester van Noordoostpolder om haar woning voor drie maanden te sluiten vanwege drugshandel vanuit de woning. De politie trof hennep, een weegschaaltje en gripzakjes aan, en er waren meerdere meldingen van drugshandel. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de sluiting op te schorten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet en het Damoclesbeleid, gezien de ernst en omvang van de overtreding. Persoonlijke verwijtbaarheid van verzoekster is niet vereist, maar speelt wel een rol bij de evenredigheidstoets. Verzoekster had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sluiting onnodig was.
Echter, de voorzieningenrechter vindt dat de belangenafweging door de burgemeester onvolledig is, vooral omdat onvoldoende is onderzocht hoe de belangen van verzoekster en haar minderjarige dochter bij de sluiting zijn betrokken. Er is onvoldoende aandacht geweest voor de problematiek rond vervangende huisvesting en de impact op het minderjarige kind.
Gezien deze onvolledige belangenafweging, de onomkeerbaarheid van het besluit en de belangen van het schoolgaande kind, wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe en schorst het besluit tot een week na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst tot een week na de beslissing op bezwaar vanwege onvoldoende belangenafweging.