ECLI:NL:RBMNE:2020:5630
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende inzicht in levensonderhoud
Eiser ontvangt sinds november 2016 een bijstandsuitkering van de gemeente Utrecht. Naar aanleiding van een fraudemelding startte de gemeente een onderzoek naar mogelijke zwarte inkomsten. Verweerder trok bij besluit van 6 september 2019 de bijstand in vanaf 1 februari 2019 en vorderde de betaalde bijstand terug, omdat eiser niet kon aantonen hoe hij in zijn levensonderhoud voorzag.
Eiser voerde aan dat hij contant geld ontving van vrienden en zijn partner, die boodschappen meebracht, en dat zijn zoon weinig at. Hij overhandigde verklaringen van vrienden en bankafschriften ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde echter dat deze verklaringen onvoldoende waren en dat de lage uitgaven niet plausibel werden verklaard.
De rechtbank stelde vast dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door onvoldoende inzicht te geven in zijn financiële situatie. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.