Eiser ontving zorg op grond van de Wmo 2015 en moest een eigen bijdrage betalen voor een factuur van 13 februari 2019. Hij vroeg uitstel van betaling, maar dit verzoek werd door verweerder afgewezen. Eiser stelde een dwangsom in wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoek en diende meerdere ingebrekestellingen in.
De rechtbank oordeelt dat eiser de factuur op 17 juni 2019 heeft voldaan, waardoor het bezwaar tegen het uitstelverzoek niet-ontvankelijk is verklaard. De ingebrekestellingen van april 2020 zagen niet op het uitstelverzoek, en de enige geldige ingebrekestelling voor het uitstelverzoek dateert van 10 juni 2019, wat ruim acht weken na het verstrijken van de redelijke beslistermijn is.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat een ingebrekestelling die pas na enkele weken wordt ingediend onredelijk laat is, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Die zijn hier niet vastgesteld. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen dwangsom toegekend.