ECLI:NL:RBMNE:2020:5781
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering persoonsgebonden budget wegens onjuiste verantwoording en onvoldoende waarborgen beheer
Eiseres, onder bewind gesteld sinds november 2017, ontving zorg via een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend door verweerder voor 2018 en 2019. Verweerder trok het pgb met ingang van 1 januari 2018 in en vorderde een bedrag van €73.018,30 terug wegens onjuiste verantwoording. Na bezwaar werd het besluit aangepast tot intrekking per 1 juni 2019 en een terugvordering van €7.910,81.
De rechtbank oordeelt dat de zorgverlener minder uren zorg heeft geleverd dan in de zorgovereenkomst was vastgelegd, terwijl toch het volledige bedrag werd gedeclareerd. Daarnaast is vastgesteld dat er declaraties zijn ingediend voor vervoer op dagen dat geen gebruik werd gemaakt van de voorziening. De urenverantwoording sluit niet aan bij de facturen, en de bewindvoerder en gewaarborgde hulp boden onvoldoende waarborgen voor het beheer en de verantwoording van het pgb.
Eiseres voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder motiveringsgebrek en onzorgvuldig onderzoek, maar deze werden door de rechtbank verworpen. De rechtbank concludeert dat verweerder een wettelijke basis had voor intrekking en terugvordering, en dat het algemene belang zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van eiseres. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking en terugvordering van het pgb wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.