ECLI:NL:CRVB:2017:1123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bewindvoerder verantwoordelijk voor juiste verantwoording persoonsgebonden budget AWBZ
Appellante, met een chronische psychiatrische aandoening, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding op grond van de AWBZ. Het zorgkantoor stelde het pgb voor 2013 vast en vorderde een bedrag terug wegens te veel verstrekte voorschotten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het zorgkantoor de verantwoordingsformulieren mocht accepteren ondanks het ontbreken van een handtekening van de bewindvoerder.
In hoger beroep stelde appellante dat het zorgkantoor de verantwoordingsformulieren niet had mogen accepteren zonder instemming van haar bewindvoerder, omdat het pgb onder bewind staat. Het zorgkantoor stelde dat de bewindvoerder de besteding aan appellante had overgelaten en dat de verantwoording niet was betwist.
De Raad oordeelde dat het beheer van het pgb tijdens bewind aan de bewindvoerder toekomt en dat het zorgkantoor zich ervan moet vergewissen dat de bewindvoerder instemt met de verantwoording. Het zorgkantoor had de verantwoording niet mogen accepteren zonder handtekening van de bewindvoerder. De Raad draagt het zorgkantoor op het besluit te herstellen en de bewindvoerder in staat te stellen de besteding op de juiste wijze te verantwoorden.
Daarnaast gaf de Raad een uitgebreid overzicht van het wettelijke kader omtrent het pgb en AWBZ-zorg, waarbij werd benadrukt dat het zorgkantoor de inhoudelijke beoordeling van de zorgactiviteiten vol moet toetsen en niet mag volstaan met een beperkte lijst van vergoedingen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 maart 2017.
Uitkomst: Het zorgkantoor moet het besluit herstellen en de bewindvoerder in staat stellen de besteding van het pgb op juiste wijze te verantwoorden.