ECLI:NL:RBMNE:2020:5799
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd na uitval wegens voetklachten en later depressieve klachten. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank toetst de zorgvuldigheid en juistheid van de medische beoordelingen van verzekeringsartsen, die gebaseerd zijn op onderzoek, dossiers en hoorzittingen.
Eiser stelde dat de medische beoordeling onzorgvuldig en onjuist was, onder meer omdat de verzekeringsarts geen informatie had ingewonnen bij de behandelend sector en onvoldoende rekening hield met zijn psychiatrische problematiek, slaapproblematiek en voetklachten. De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsarts zorgvuldig heeft gehandeld en dat er geen aanleiding is om de medische beoordeling te verwerpen.
De rechtbank stelt dat de zelfgerapporteerde klachten van eiser onvoldoende zijn om een hogere mate van arbeidsongeschiktheid aan te nemen. De medische stukken en rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ondersteunen het oordeel dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.