ECLI:NL:RBMNE:2020:5871
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing terugwerkende kracht Wajong-uitkering tot achttiende verjaardag wegens ontbreken bijzonder geval
Eiseres diende een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering en verzocht om toekenning met terugwerkende kracht tot haar achttiende verjaardag. Verweerder kende de uitkering toe per één jaar voor de aanvraag, conform artikel 3:29 Wajong Pro. De rechtbank beoordeelde of sprake was van een bijzonder geval dat afwijking van deze termijn rechtvaardigt.
Eiseres stelde dat zij onbekend was met de Wajong en dat haar gezondheidsbeperkingen al voor haar achttiende aanwezig waren, maar niet erkend. De rechtbank erkende de problematiek van eiseres, maar volgde de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat onbekendheid met de Wajong geen bijzonder geval vormt. Tevens bleek uit medische rapportages dat eiseres al lange tijd zicht had op de ernst van haar aandoeningen.
Verder stelde eiseres dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, omdat verweerder geen nadere informatie had ingewonnen en onvoldoende had gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd en zorgvuldig had gehandeld, mede gezien de medische rapportage en het feit dat eiseres al begeleiding ontving.
De rechtbank wees het verzoek tot inschakeling van een onafhankelijke deskundige af, omdat de gezondheidsklachten niet ter discussie stonden en het geschil zich beperkte tot de vraag naar het bijzondere geval. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Wajong-uitkering wordt niet met terugwerkende kracht tot de achttiende verjaardag toegekend.