De officier van justitie verzocht op 31 januari 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 30 januari 2020 was opgelegd aan betrokkene, geboren in 1997, vanwege een psychische stoornis met suïcidale neigingen. De mondelinge behandeling vond plaats op 3 februari 2020, waarbij betrokkene en een psychiater werden gehoord. De advocaat van betrokkene betwistte de voortzetting op formele gronden, omdat in de medische verklaring geen vinkje stond bij verplichte opname in een accommodatie, en betrokkene niet wilde worden opgenomen.
De psychiater gaf aan dat het ontbreken van het vinkje een vergissing was, en dat opname in een accommodatie noodzakelijk is om het levensgevaar door suïcidaliteit af te wenden. Betrokkene had recent nog een strangulatiepoging ondernomen. De rechtbank oordeelde dat ondanks de formele tekortkoming de medische verklaring voldoende onderbouwing biedt voor verplichte opname, mede omdat een wijzigingsaanvraag was ingediend om dit te herstellen.
De rechtbank stelde vast dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door levensgevaar veroorzaakt door een psychische stoornis. De overige vormen van verplichte zorg zoals medicatie, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht blijven noodzakelijk en proportioneel. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt daarom verleend voor drie weken, tot en met 23 februari 2020.