ECLI:NL:RBMNE:2020:6039
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting en intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken bankafschriften
Eiser ontving bijstand als alleenstaande en werd door verweerder verzocht bankafschriften over een specifieke periode te overleggen in het kader van een heronderzoek. Omdat eiser niet aan dit verzoek voldeed, schortte en introk verweerder zijn bijstandsuitkering met terugwerkende kracht. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het verzoek pas bij gerede twijfel gerechtvaardigd was en dat hij door psychische problemen en afhankelijkheid van zijn broer niet tijdig kon voldoen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was om de bankafschriften op te vragen zonder concrete aanleiding en dat eiser onvoldoende medewerking had verleend. De rechtbank vond geen reden om aan te nemen dat eiser niet in staat was de stukken te overleggen en dat hij geen uitstel had gevraagd. Het niet overleggen van de gevraagde gegevens kon hem worden verweten.
Daarom was de opschorting en intrekking van de bijstand terecht en blijft het bestreden besluit in stand. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de opschorting en intrekking van de bijstandsuitkering wegens het niet verstrekken van bankafschriften wordt ongegrond verklaard.