ECLI:NL:RBMNE:2020:6042
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onjuiste behandeling bezwaar intrekkingsbesluit bij terugvordering bijstand
Eiser ontving sinds 2013 een bijstandsuitkering die door verweerder werd ingetrokken vanwege het niet voldoen aan re-integratieverplichtingen en het niet melden van buitenlandse bankrekeningen. Verweerder vorderde de teveel betaalde bijstand terug en verklaarde het bezwaar van eiser tegen deze terugvordering ongegrond. Eiser stelde dat zijn bezwaar ook gericht was tegen het intrekkingsbesluit, maar verweerder nam dit niet in behandeling omdat eiser niet expliciet had gereageerd op die vraag.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar mede tegen het intrekkingsbesluit was gericht, gezien de nauwe samenhang tussen de besluiten, de inhoud van het bezwaar en het feit dat eiser zonder gemachtigde handelde. Verweerder had het bezwaar breder moeten interpreteren en in behandeling moeten nemen. Door dit niet te doen, is het intrekkingsbesluit niet in rechte vast komen te staan.
Daarom vernietigt de rechtbank de bestreden besluiten en draagt verweerder op een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bestreden besluiten worden vernietigd met opdracht tot nieuwe beslissing op bezwaar.