Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 januari 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
- Over de maand april 2018 heeft verweerder de kosten van de IOAW uitkering van in totaal € 828,66 bruto van eiser teruggevorderd.
- Over de periode 1 mei 2018 tot en met 30 juni 2018 heeft verweerder het recht van eiser op een IOAW uitkering ingetrokken.
- Over de maand juli 2018 heeft eiser recht op een IOAW uitkering. Over deze maand heeft verweerder een schuld van € 431,48 bruto van eiser teruggevorderd.
- Over de periode 1 augustus 2018 tot en met 30 september 2018 heeft verweerder het recht van eiser op een IOAW uitkering ingetrokken.
- Over de maand oktober 2018 heeft eiser recht op een aanvullende IOAW uitkering. Deze heeft verweerder vastgesteld op een bedrag van € 527,27.
- Met ingang van 1 november 2018 heeft verweerder het recht van eiser op een IOAW uitkering ingetrokken.
- Verweerder heeft het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard voor zover het ziet op de periode 1 januari 2017 tot 1 april 2018.
- Verweerder heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, voor zover het ziet op de maand april 2018.
- Verweerder heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, voor zover het ziet op de periode 1 mei 2018 tot en met 30 juni 2018.
- Verweerder heeft het bezwaar van eiser gegrond verklaard voor zover het ziet op de maand juli 2018.
- Verweerder heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard voor zover het ziet op de periode 1 augustus 2018 tot en met 30 september 2018.
- Verweerder heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard voor zover het ziet op de maand oktober 2018.
- Verweerder heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard voor zover het ziet op de periode 1 november 2018 tot 7 november 2018.