De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 6 januari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. De crisismaatregel was oorspronkelijk opgelegd op 31 december 2019. Betrokkene en haar advocaat waren aanwezig en stelden zich primair op het standpunt dat betrokkene geen psychische stoornis heeft die ernstig nadeel veroorzaakt en dat zij thuis kan functioneren.
Namens de zorginstelling werd toegelicht dat betrokkene nog steeds psychotisch is en manische kenmerken vertoont, mogelijk met een bipolaire stoornis. De behandeling is nog nauwelijks gestart omdat betrokkene medicatie slechts eenmaal heeft geaccepteerd. De opname wordt noodzakelijk geacht vanwege de gedesorganiseerde toestand en het risico op ernstig lichamelijk letsel, mede door psychotische uitingen op sociale media.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt door een psychische stoornis, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is. Omdat de crisismaatregel onder de oude Wet Bopz is verleend, kan alleen opname als verplichte zorg worden voortgezet, niet andere aanvullende vormen. De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk voor de overige vormen van verplichte zorg en verleende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met opname als verplichte zorg, geldig tot 27 januari 2020.