ECLI:NL:RBMNE:2021:1006
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning vestiging zalencentrum wegens onvoldoende belangenafweging
Eiser vroeg een omgevingsvergunning aan voor het vestigen van een zalencentrum op een bedrijventerrein in Utrecht, waarvoor het bestemmingsplan geen ruimte bood. Het college van B&W weigerde de vergunning omdat niet werd voldaan aan de parkeervoorwaarden uit het horecabeleid OHU 2018, met name het vereiste van parkeren op eigen terrein.
Eiser stelde dat hij op toezeggingen van verkeersdeskundigen mocht vertrouwen dat het parkeervereiste niet strikt zou worden gehandhaafd, maar de rechtbank oordeelde dat hiervan geen sprake was. Ook concludeerde de rechtbank dat het college terecht niet alle aanvullende vereisten heeft beoordeeld omdat de parkeervoorwaarde al leidend was.
De rechtbank stelde echter vast dat het college nagelaten heeft een zorgvuldige belangenafweging te maken, waarbij de door eiser aangevoerde omstandigheden zoals openingstijden en parkeersituatie in de openbare ruimte niet zijn meegewogen. Hierdoor is het besluit in strijd met artikel 4:84 Awb Pro en wordt het vernietigd met de mogelijkheid voor het college het gebrek te herstellen.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning wordt vernietigd en het college krijgt de gelegenheid het gebrek te herstellen door een zorgvuldige belangenafweging te maken.