ECLI:NL:RBMNE:2021:1124
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning inclusief mantelzorgwoning bij niet-tijdelijk gebruik
De zaak betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning met een bijgebouw dat als mantelzorgwoning wordt gebruikt. De gemeente Huizen stelde de waarde van de woning inclusief het bijgebouw vast op €430.000,-. Eiseres stelde dat de waarde te hoog was en dat het bijgebouw niet meegeteld mocht worden omdat het slechts tijdelijk als mantelzorgwoning wordt gebruikt en momenteel als schuur dient.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix en het taxatierapport tonen aan dat de waarde is bepaald met vergelijkingsmethode met referentiewoningen, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte.
Ten aanzien van het bijgebouw volgde de rechtbank de gemeente dat het bijgebouw niet verwijderd hoeft te worden na het vervallen van de zorgbehoefte en dat het geschikt is voor ander gebruik zoals kantoor of atelier. Dit maakt het bijgebouw waardevol en rechtvaardigt de waardering ervan bij de WOZ-waarde. De beroepsgrond over de onderhoudsstaat is ingetrokken. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.