Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Omdat voor de waardering voor de Wet WOZ een zo zuiver mogelijke inschatting van de marktwaarde bij een veronderstelde verkoop moet worden gemaakt, moet men uitgaan van een verkoop “na verwijdering van de mantelzorgwoning”. Immers de tijdelijke mantelzorgwoning moet bij verkoop verwijderd worden. Tijdelijke mantelzorgwoningen zijn in de meeste gevallen dan ook niet of maar beperkt waardeverhogend voor de woning waaraan deze dienstbaar zijn.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar, voor zover deze betrekking heeft op [adres] te [woonplaats] ;
- vernietigt de waardebeschikking van 28 februari 2018, voor zover deze betrekking heeft op [adres] te [woonplaats] , en de hierop gebaseerde aanslagen OZB, voor zover deze betreffen [adres] te [woonplaats] ;
- draagt verweerder op om ter zake van de onroerende zaak aan de [adres] te [woonplaats] een nieuwe WOZ-beschikking te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;