ECLI:NL:RBMNE:2021:1256
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugvordering Wajong-uitkering wegens hennepkwekerij
Eiser ontvangt een Wajong-uitkering die is berekend op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 80 tot 100%. Bij een politieonderzoek op 5 februari 2019 werd in zijn woning een hennepkwekerij aangetroffen. Verweerder heeft daarop besloten de uitkering over de periode van 25 juli 2018 tot en met 4 februari 2019 te herzien en het teveel betaalde bedrag van € 8.190,45 terug te vorderen.
Eiser betwist dat hij de kwekerij heeft geëxploiteerd en stelt slechts onder druk zijn woning ter beschikking te hebben gesteld. Verweerder baseert zich op vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep dat het aantreffen van een kwekerij in de woning de vooronderstelling rechtvaardigt dat eiser (mede-)exploitant is, tenzij eiser met objectiveerbare gegevens het tegendeel kan aantonen. Eiser heeft dit niet kunnen onderbouwen.
Daarnaast betwist eiser de hoogte van het terug te vorderen bedrag en de periode van exploitatie. Verweerder steunt op het strafrechtelijk onderzoek waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel door de politie is vastgesteld op € 30.794,50. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich op deze berekening mocht baseren en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd om dit te weerleggen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de Wajong-uitkering wegens exploitatie van een hennepkwekerij wordt ongegrond verklaard.