Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
17 februari 2021. Op laatstgenoemde datum vond de inhoudelijke behandeling van de strafzaak plaats. Het onderzoek van de zaak is gesloten op de zitting van 24 maart 2021.
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Medeplegen handel in cocaïneleidt de rechtbank af dat verdachte en [medeverdachte 2] de woningen aan de [adres] , [adres] en [adres] te [woonplaats] tot hun beschikking hadden. [medeverdachte 1] verbleef op de [adres] te [woonplaats] . Dit zijn woningen waar cocaïne is aangetroffen, evenals goederen die gebruikt worden bij het verwerkingsproces van cocaïne. Op de [adres] is bovendien een groot geldbedrag aangetroffen. Uit de verschillende tapgesprekken, in samenhang bezien met de aangetroffen goederen, leidt de rechtbank af dat in die woningen cocaïne werd bewerkt, onder andere door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , en vanuit daar werd verkocht en geleverd. Waarom de rechtbank tot het oordeel komt dat het in de als bewijsmiddel opgenomen tapgesprekken gaat om cocaïne, is onder
Medeplegen handel in cocaïneuiteengezet. Uit de tapgesprekken blijkt voorts dat verdachte de persoon is die de opdrachten geeft. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] voerden veelal de opdrachten uit en hielden in opdracht van verdachte een kasboek bij van de handel in cocaïne en de daarbij horende geldstromen. Dit kasboek werd bijgehouden in de notitieblokken die zijn aangetroffen op de [adres] . Daarnaast blijkt uit verschillende tapgesprekken dat verdachte contacten heeft met personen die hem vragen of hij cocaïne beschikbaar heeft. Op het moment verdachte cocaïne beschikbaar heeft, wordt onder andere [medeverdachte 2] gevraagd om de cocaïne af te leveren. Ook wordt [medeverdachte 2] door verdachte gevraagd hoeveel cocaïne er nog is, en of hij die heeft getest, en krijgt hij de opdracht van verdachte om er drie te laten drogen. Voorts wordt er door verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gesproken over geldbedragen en wanneer en waar die zijn opgehaald, onder meer door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Dit betreffen geldbedragen die terugkomen in het kasboek in de aangetroffen notitieblokken, waarin veelvuldig in de kolom ‘Koopwaar’ het woord ‘SKY’ staat geschreven. Zoals onder
Medeplegen handel in cocaïneen
Buiten Nederlands grondgebied brengen cocaïneis uiteengezet, gaat de rechtbank ervan uit dat ‘SKY’ cocaïne betreft.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.VOORLOPIGE HECHTENIS
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 33, 33a, 47, 57, 140 en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2 en 10 van de Opiumwet,
12.BESLISSING
gevangenisstraf van 4 (vier) jaren;