De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk handelen in cocaïne en deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met de handel in cocaïne in Helmond. Het strafbare handelen vond plaats in de periode van 1 juli 2018 tot en met 8 oktober 2018.
Het onderzoek startte in juli 2018 na meldingen over grootschalige cocaïnehandel. Uit telefoontaps, observaties en doorzoekingen bleek dat verdachte samen met meerdere medeverdachten betrokken was bij het bereiden, verkopen en vervoeren van cocaïne. De organisatie beschikte over voorraden en gebruikte dealtelefoons, waarbij verdachte een actieve rol had binnen het samenwerkingsverband.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een duurzame en gestructureerde criminele organisatie met als oogmerk het plegen van misdrijven uit de Opiumwet. Verdachte had een nauwe en bewuste samenwerking met anderen en wist van het criminele oogmerk van de organisatie. Partiële vrijspraken werden uitgesproken voor enkele medeverdachten.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 354 dagen op, gelijk aan de duur van het voorarrest, en sprak de voorlopige hechtenis opheffing uit. De straf weerspiegelt de ernst van de feiten en de rol van verdachte binnen de organisatie, maar is lager dan de eis van de officier van justitie.