ECLI:NL:RBMNE:2021:1313
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen invordering dwangsom wegens ontbreken leidinggevende in horecabedrijf
Eiseres exploiteert een horecabedrijf waar op 22 juni 2019 tijdens een controle is vastgesteld dat er geen leidinggevende aanwezig was die op de vergunning stond vermeld of tijdig was aangemeld. Dit was een overtreding van de Horecaverordening en de Drank- en horecawet. Verweerder legde daarop een last onder dwangsom op en vorderde € 2.500,-.
Eiseres stelde dat sprake was van een bijzondere omstandigheid door een storing in het Register Sociale Hygiëne, waardoor de aanmelding van de leidinggevende niet kon worden bevestigd. Ook voerde zij aan dat de leidinggevende wel degelijk beschikte over een SVH-diploma. De rechtbank oordeelde dat het primaire besluit onherroepelijk was en dat verweerder bevoegd was tot invordering van de dwangsom.
De rechtbank vond geen bewijs voor de storing in het register en achtte de enkele stelling van eiseres onvoldoende om aan de juistheid van het proces-verbaal te twijfelen. Omdat eiseres niet tijdig en correct had gehandeld, was er geen reden om af te zien van invordering. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van de dwangsom wordt ongegrond verklaard.