ECLI:NL:RBMNE:2021:1315
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Geen recht op toeslagen wegens niet rechtmatig verblijf toeslagpartner in november 2019
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van verweerder om voor november 2019 geen voorschot huur- en zorgtoeslag en kindgebonden budget toe te kennen, omdat haar toeslagpartner vanaf 15 oktober 2019 de verblijfscode 98 had. Eiseres stelde dat haar toeslagpartner rechtmatig in Nederland verbleef, onder meer omdat hij een voorlopige voorziening had aangevraagd om de uitspraak in zijn beroep af te wachten.
De rechtbank oordeelde dat het verblijf van de toeslagpartner niet als rechtmatig kon worden aangemerkt op grond van artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet, aangezien het afwachten van een voorlopige voorziening geen rechtmatig verblijf oplevert. Dit betekent dat eiseres geen aanspraak had op de toeslagen voor die periode.
Verder stelde eiseres dat zij ten onrechte niet was gehoord, maar de rechtbank vond dat verweerder het bezwaar als kennelijk ongegrond mocht afdoen, waardoor een hoorplicht niet bestond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de toeslagpartner niet rechtmatig verbleef, waardoor geen recht op toeslagen bestond.