ECLI:NL:RVS:2018:1572
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- B.P. Vermeulen
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over rechtmatigheid verblijf toeslagpartner en toeslagverlening
De Belastingdienst/Toeslagen herzag de voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget voor appellant over 2015 en 2016 naar nihil vanwege het onrechtmatig verblijf van diens toeslagpartner. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en vernietigde enkele besluiten, waarna appellant en de Belastingdienst hoger beroep instelden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het verzoek om voorlopige voorziening van de toeslagpartner tijdens de beroepsprocedure niet leidt tot rechtmatig verblijf in de zin van de Awir. Hierdoor had appellant geen recht op toeslagen in de periode van 9 september 2015 tot en met 29 februari 2016. De Afdeling verwerpt de stelling van appellant dat eerdere uitspraken dit anders zouden bepalen, omdat die gevallen verschillen qua verblijfsrechtelijke situatie.
Verder bevestigt de Afdeling dat de Belastingdienst terecht is teruggekomen op het standpunt dat de toeslagpartner vanaf 9 juli 2016 weer in Nederland verbleef. Dit betekent dat appellant vanaf 1 augustus 2016 in aanmerking komt voor kindgebonden budget, maar niet voor de alleenstaande oudertoeslag omdat het huwelijk voortduurt. Het hoger beroep van appellant en het incidenteel hoger beroep van de Belastingdienst worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant en het incidenteel hoger beroep van de Belastingdienst worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.