ECLI:NL:RBMNE:2021:1317
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bij bijstandsverlaging en terugvordering
Eiseres maakte bezwaar tegen twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Almere: een terugvordering van bijstand over de periode september 2019 tot februari 2020 en een verlaging van de bijstandsuitkering met 33% voor elf maanden vanaf april 2020. Beide bezwaren werden door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn of het ontbreken van een besluit in de zin van de Awb.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar tegen het eerste besluit wel tijdig is ingediend, omdat het primaire besluit pas op 4 juni 2020 bekend is gemaakt en het bezwaar binnen zes weken daarna is ontvangen. De rechtbank volgt de argumentatie van verweerder niet dat binnen twee weken na kennisneming bezwaar had moeten worden gemaakt, omdat de wettelijke termijn van zes weken hier nog niet was verstreken.
Ten aanzien van het tweede besluit stelt de rechtbank vast dat de verlaging van de uitkering een zelfstandig besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, omdat het college een nieuwe afweging heeft gemaakt en de verlaging een zelfstandig rechtsgevolg heeft. Daarmee was het bezwaar tegen dit besluit ook ontvankelijk. De rechtbank vernietigt de niet-ontvankelijkverklaringen en draagt verweerder op om inhoudelijk op de bezwaren te beslissen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres en draagt het college op de betaalde griffierechten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter A. Bouteibi op 29 maart 2021.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de niet-ontvankelijkverklaringen en draagt verweerder op inhoudelijk te beslissen op de bezwaren tegen de bijstandsbesluiten.