ECLI:NL:RBMNE:2021:1403
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening besluit intrekking bijstandsuitkering wegens sociale fraude
Eiser verzocht om herziening van het besluit van 29 juli 2010 waarbij zijn bijstandsuitkering werd ingetrokken wegens het aannemen van een gezamenlijke huishouding die niet was gemeld. Dit leidde tot terugvordering van ruim €98.000.
Eerder was het bezwaar en beroep van eiser ongegrond verklaard en ook de Centrale Raad van Beroep stelde eiser in het ongelijk. Eiser stelde dat er sprake was van bedrog en misleiding door verweerder, onder meer door vals opgemaakte proces-verbalen en het niet horen van belangrijke getuigen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om herziening niet kon slagen omdat eiser geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden (nova) had aangevoerd die het eerdere besluit konden doen wijzigen. De aangevoerde argumenten betroffen vooral eerdere inhoudelijke bezwaren die al in eerdere procedures waren behandeld.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep van eiser op civielrechtelijke herzieningsgronden af omdat deze niet van toepassing zijn op bestuursrechtelijke procedures. Het besluit om niet te herzien werd niet als evident onredelijk beoordeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek om herziening wordt ongegrond verklaard.