ECLI:NL:RBMNE:2021:148
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens niet-registreren rust- en arbeidstijden volgens Arbeidstijdenwet
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 7 januari 2021 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiseres een bestuurlijke boete van €20.750,- kreeg opgelegd wegens het niet registreren van rust- en arbeidstijden van haar werknemers, zoals vereist in artikel 4:3 van Pro de Arbeidstijdenwet (Atw).
Eiseres voerde aan dat zij als onderaannemer opdrachten uitvoerde voor een postbedrijf dat zelf de uren registreerde, en dat deze registratie voldoende was. Tevens stelde zij dat de regelgeving onduidelijk was, met een beroep op het lex certa-beginsel en een arrest van het Hof van Justitie van de EU. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres als werkgever verantwoordelijk is voor een eigen, deugdelijke registratie van begin- en eindtijden van arbeid en pauzes, en dat de registratie van het postbedrijf haar niet ontslaat van deze verplichting.
De rechtbank verwierp het beroep op onduidelijkheid van de regelgeving en het lex certa-beginsel, verwijzend naar de Nederlandse implementatie van de Arbeidstijdenrichtlijn. Ook werd het verzoek tot matiging van de boete afgewezen, omdat eiseres ernstig te verwijten valt dat zij geen juiste registratie voerde. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €20.750,- wegens het niet voeren van een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden door de werkgever.