ECLI:NL:RBMNE:2021:1511
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond inzake inzage persoonsgegevens en vergoeding redelijke termijn overschrijding
Eiser verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens bij verweerder, die dit verzoek deels toonde. Na bezwaar en beroep werd het bezwaar gegrond verklaard en het primaire besluit herroepen, waarna verweerder documenten openbaar maakte. Eiser stelde dat de zoekslag onvoldoende was, maar de rechtbank oordeelde dat eerdere uitspraken dit al hadden beoordeeld en geen nieuwe stukken waren aangeleverd.
Verweerder verstrekte aanvullend een ontbrekend e-mailbericht en kende proceskostenvergoeding toe. Eiser klaagde over overschrijding van de redelijke termijn van de procedure, die bijna vier jaar duurde. De rechtbank beoordeelde dat de overschrijding van 13 maanden niet gerechtvaardigd was en kende een schadevergoeding toe van €1.500,-, waarvan €500,- ten laste van de Staat en €1.000,- ten laste van verweerder.
Het beroep werd ongegrond verklaard, verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en schadevergoeding, en de Staat tot een deel van de schadevergoeding. Het betaalde griffierecht werd aan eiser vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter P.J.M. Mol op 29 maart 2021.
Uitkomst: Beroep ongegrond, proceskosten en schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.